Aan de 8e Wereldbijeenkomst
van de Godsdiensten voor de Vrede
Kyoto (Japan), 26-29 augustus 2006-09-29
Chiara Lubich
Presidente
Focolarebeweging
Een hartelijke en erkentelijke groet aan de dierbare en
illustere religieuze leiders, die alle grote geloofstradities
vertegenwoordigen en samengekomen zijn uit alle delen van
de wereld, om deel te nemen aan de 8e Wereldbijeenkomst van
de Godsdiensten voor de Vrede.
Ons samenzijn getuigt van onze gemeenschappelijke opdracht
: de vrede en de broederlijkheid onder de volkeren vooruitbrengen,
steunend op de transcendente waarden en de spirituele krachten,
eigen aan ieder van onze religies.
De uitgekozen plaats Kyoto, bakermat van de Godsdiensten
voor de Vrede, is het beste aangewezen om ons er toe te brengen
opnieuw over onze grote idealen na te denken en om ons eraan
te herinneren dat de samenwerking onder ons, tussen de verschillende
godsdiensten, de kracht in zich draagt om vrede te brengen
in de wereld.
Maar wat is er nodig om dat te doen gebeuren ?
We moeten de Liefde brengen in de wereld.
We moeten ervan bewust zijn dat er iets bestaat dat sterker
is dan de dood en dan het geweld. In het hart van elke man
en vrouw leeft die kracht, die alleen maar moet wakker geschut
worden, weer tot leven gebracht.
Meer dan ooit stellen we vast dat alle mensen onderling
afhankelijk zijn en dat ze alleen maar samen een wereld van
verzoening kunnen opbouwen.
Meer dan ooit zoeken mensen ondanks alles naar een gemeenschappelijke
weg, naar een opbouwende dialoog, en om elkaar beter te leren
kennen. Er is een streven naar eenheid dat in de grote verlichte
geesten leeft en hen aanzet tot ontmoeting, tot delen.
Onze geliefde Paus, Johannes-Paulus II zaliger schreef :
“De tijd moet aanbreken waar de liefde die verenigt,
zichtbaar wordt! Vele tekenen doen ons denken dat die tijd
inderdaad is aangebroken”(1).
De “liefde die verenigt” is die liefde die ieder
van ons kan verweven in al zijn relaties, en waartoe we zelf
het initiatief kunnen nemen. Het is de liefde die zichzelf
vergeet om de anderen te dienen, en zo de basis legt voor
de eenheid van de mensenfamilie.
2.
Deze eenheid kan de kiem zijn van een nieuwe wereld.
Deze eenheid zal onze kracht zijn want ook als we ver van
elkaar zijn, zullen we de zekerheid hebben verenigd te blijven.
En wat we doen zal niet zozeer vrucht zijn van individuele
acties, maar wel uitdrukking van een band die zelfs op afstand,
voor ons een bron is van nieuw licht om te begrijpen wat we
moeten doen, en van een nieuwe kracht om dat te kunnen waarmaken.
Alleen onze eenheid zal die wijsheid kunnen uitstralen en
ons de nodige kracht geven om de wereld te veranderen en de
strijd om de vrede te winnen.
Dat is zo omdat de eenheid niet de som is van een aantal
mensen en niet alleen maar solidariteit, samenwerking en dialoog.
Neen. De eenheid opbouwen betekent samen, door de wederzijdse
liefde, de aanwezigheid van Iemand die ons overstijgt doen
schitteren, Iemand die oneindig veel groter is dan wij. In
de christelijke liturgie zingt men : “Waar de liefde
is, daar is God”.
Een grote boeddhistische persoonlijkheid die nu overleden
is, de eerwaarde Etai Yamada, hield ervan om ons te zeggen
: “Als we één van hart zijn dan is God
met ons en Hij wijst ons de weg om Zijn wil te doen”.
Dat is de nieuwe aanwezigheid van God die verdraagzaamheid
brengt, begrip, vergeving, vrede, vreugde en die de vlam van
die liefde ontsteekt die de mensen samensmelt in gemeenschap,
de weg van het bestaan verlicht, en niet anders kan dan een
bres slaan in ieders hart.
Dat is onze hoop en dat wens ik toe aan elke leider van
de Godsdiensten voor de Vrede, die zich met overgave inzet
om te werken voor de harmonische ontmoeting tussen de culturen
en de volkeren.
1 JOHANNES-PAULUS II, Over de drempel van de hoop, (…).